3.7 Plaats van de patchkast

De patchkast behoort op een redelijk centrale plaats in het gebouw te staan, zodat men zoveel mogelijk werkplekken kan bereiken. In de directe nabijheid van de patchkast bevindt zich de netwerkapparatuur zoals Hubs en Switches. Samen met de bekabeling vormen zij de netwerkinfrastructuur. De applicatie apparatuur zoals telefooncentrale, servers, opslag- en Backup- units kunnen zich op andere plaatsen (Equipment Rooms) in het gebouw bevinden. 

Het scheiden van computerapparatuur en netwerkinfrastructuur heeft voor- en nadelen. Een voordeel is de verhoogde veiligheid omdat werkzaamheden aan de bekabeling niet in de nabijheid van kwetsbare computerapparatuur plaatsvinden. Een tweede positief aspect is de mogelijkheid tot het spiegelen van computerruimtes. Bij calamiteiten in ruimte A kan men schakelen naar computerruimte B voor minimalisering van downtime. Ook voor het noodzakelijk onderhoud aan de computersystemen is dit een geschikte optie.

Opmerking

Men spreekt in de markt over Main Equipment Room (MER) en Sub Equipment Room (SER). De MER bevat in de regel de meeste (of alle) computerkracht en is gekoppeld met glasvezel en koper backboneverbindingen met een of meer SER's. Gebouwen met meerdere verdiepingen plaatsen vaak per verdieping een SER. In de SER bevinden zich meestal horizontale verdeler(s) en netwerkapparatuur.

Een recente ontwikkeling op het gebied van gegevensopslag kan ook leiden tot meerdere Equipment Rooms. De nieuwe SAN (Storage Area Network) techniek maakt gebruik van een apart glasvezelnetwerk tussen gespecialiseerde opslagapparatuur. Het SAN kan met glasvezelverbindingen met het LAN gekoppeld worden. De opslagapparatuur kan fysiek totaal gescheiden worden van de servers die voor computerkracht zorgen. Dit betekent dat tussen de SAN ruimte(s) en server ruimte(s) glasvezelverbindingen aanwezig moeten zijn.

Nadelen van het scheiden van computerapparatuur en netwerkinfrastructuur zijn het beperkte overzicht en het omslachtig werken. Indien nog geen gebruik van geavanceerde patching systemen of software gemaakt wordt is een juist inzicht van de fysieke verbindingen alleen bij de verdelers te verkrijgen. Veranderingen in de patching van de verdelers worden meestal door personen aangebracht die ook toegang tot de computerruimte hebben. Zij moeten dus pendelen tussen meerdere ruimtes wat omslachtig kan zijn.

Middelgrote netwerken plaatsen bij voorkeur alle apparatuur en verdelers in een grote ruimte.

Meerdere horizontale verdelers

De verdelers kunnen bij grote gebouwen en omvangrijke netwerken niet in een ruimte geplaatst worden vanwege de 100 meter grens. Meestal worden in dit geval op elke verdieping één of meer verdelers geplaatst. De verdelers dienen de horizontale bekabeling van de verdieping en zijn aangesloten op het gebouw Backbone.

Gebouw Backbone

Het is noodzakelijk netwerkapparatuur in deze verdelers te plaatsen voor het voeden van de aansluitpunten en koppeling met de Backbone. De Backbone verbinding voor het computernetwerk is een glasvezelkabel met tenminste 50% overcapaciteit. De extra vezels moeten op glasvezel connectoren afgemonteerd worden anders heeft de overcapaciteit geen zin.

Figuur 3-44: gebouw met glasvezel en telefonie backbone

Verder is er een tweede Backbone nodig, namelijk die voor de telefonie. Eigenlijk geen echt Backbone maar de verbindingen naar de toestelpoorten van de telefooncentrale. Tussen horizontale verdelers en telefooncentrale worden telefonie Backbones aangebracht. Deze worden vaak met zogenaamde multipair- of stam-kabels uitgevoerd, waarbij men één of twee paren per toestelpoort reserveert. De toestelpoorten worden in de regel aangesloten op telefoniepanelen in de centrale verdelers. Van daaruit worden ze via de telefonie Backbone aansluitingen naar de verschillende horizontale verdelers gepatcht.

Stervormige Backbone

Het GBS gebouw Backbone wordt in ster uitgevoerd vanuit de centrale ER. Stervormige Backbones hebben belangrijke voordelen ten opzichte van ringvormige structuren.

Ten eerste krijgt elke horizontale verdeler zijn eigen Backbone kabel waardoor uitval van een verdeler de anderen ongemoeid laat. Ten tweede hoeft men niet langs alle verdelers te patchen om tot de vergelegen verdelers te komen. De vele connector-overgangen zijn funest voor het dempingbudget.

Extra Backbone verbindingen tussen horizontale verdelers zijn wenselijk. Deze kunnen in geval van kabelproblemen een alternatieve route bieden. Zorg ervoor dat de connectoren van de extra Backbone kabels op de diverse panelen duidelijk herkenbaar zijn.

U zult de eerste niet zijn die tijdens de verhoogde druk door netwerkproblemen het halve gebouw onderuit haalt door het patchen van verkeerde Backbone verbindingen.

De horizontale verdelers worden bij voorkeur in een aparte ruimte geplaatst. In de regel voldoet een kleine ruimte zonder speciale voorzieningen. Het is raadzaam een UPS te plaatsen. Niet zozeer voor de kans op stroomuitval maar zeker als adequaat netspanningfilter voor de netwerkapparatuur. Men kan er immers niet van uit gaan dat er in deze ruimte een schone stroomvoorziening aanwezig zal zijn.

In sommige gevallen worden verschillende afdelingen op aparte verdelers aangesloten. Niet vanwege de afstanden maar vooral voor het overzicht en de beheersbaarheid van het netwerk.

Oppervlak ER

GBS-standaarden geven richtlijnen voor het vloeroppervlak van dergelijke ruimten, dit in relatie tot het aantal aansluitpunten.

Vloeroppervlakte ER versus aansluitpunten

< 100  14 m2

100-400         37 m2

400-800         74 m2

800-1200       111 m2

Wat betreft de toegang tot verdelers, geldt dat aan alle zijden waar toegang nodig is, een vrije ruimte van tenminste 1,2 meter moet bestaan. In de regel is dit de voor- en achterzijde van de verdeler. Indien meerdere verdelers aanwezig zijn, worden deze over het algemeen in een rij-opstelling geplaatst.

Voorzieningen in ER

In een ER zijn verschillende voorzieningen gewenst en/of noodzakelijk, zoals:

·        Airconditioning

·        Verhoogde computervloer

·        UPS systemen

·        Halon brandblussysteem

·        Toegangbeveiliging

·        Kasten en stellingen voor computerapparatuur en toebehoren

Uninterruptable Power Supply (UPS)

Een Uninterruptable Power Supply (UPS) is een accuvoeding die servers bij spanninguitval een korte tijd van spanning voorziet. Deze tijd wordt gebruikt om de server goed af te sluiten zodat geen gegevens verloren gaan en het opstarten weer snel verloopt. De UPS levert een bepaald vermogen, uitgedrukt in VA (Voltampère), gedurende een bepaalde tijd. Hoe groter het vermogen en hoe langer de tijd, hoe groter en veelal ook duurder de UPS.

Een tweede, wellicht net zo belangrijke, functie van een UPS is het filteren van de netspanning. Netspanningen kunnen gevaarlijke pieken vertonen die funest voor de voeding van een server kunnen zijn. De meeste UPS-en hebben een intern filter die deze pieken onderdrukt.

UPS-en bestaan in twee uitvoeringen: Off-line en On-line. Het Off-line model schakelt alleen over op accubedrijf indien de netspanning wegvalt. Dit schakelen gaat in de regel zo snel dat de apparatuur er geen hinder van ondervindt.

Een On-line UPS werkt altijd op accu bedrijf, en kent dus geen schakeltijd. Verder filtert een On-line UPS in de regel veel beter dan een Off-line type. Helaas is een On-line UPS meestal duurder en groter dan een Off-line type.

Figuur 3-45: stellingen voor computerapparatuur en toebehoren

De UPS moet bij voorkeur in de nabijheid van de servers of andere aangesloten apparatuur staan. Worden namelijk grote lengtes kabel tussen UPS en apparatuur gelegd dan heeft het filteren van de UPS weinig zin omdat de afgaande kabels nieuwe storing kunnen oppikken. Te kort bij de servers is ook weer onverstandig omdat de UPS-en EMI kunnen veroorzaken.

 

Cabling Untwisted is te koop in Full Colour uitgave voor slechts

50,00 Euro
(excl. BTW).

T.B.T.

De Huufkes 40
5674 TM Nuenen

tel:+31 (0)40 2814672
fax:+31 (0)40 2810574

Email:

Voor verkoop gerelateerde info:
verkoop@tbt.nl

Voor alle overige info:
info@tbt.nl