3.4.4 Glasvezel aansluitpunt
Glasvezelkabels worden op connectoren afgemonteerd en deze worden met een koppelstuk naar de voorzijde van het aansluitpunt gebracht. De koppelstukken zijn in de regel schuin geplaatst zodat de glasvezel gemakkelijk kan worden ingevoerd. Zou men de koppelstukken recht plaatsen dan moet de glasvezel in de aansluitdoos een te scherpe bocht maken.
Elke glasvezel aansluiting bestaat uit twee vezels omdat één vezel voor zenden en één vezel voor ontvangen gebruikt wordt. Dit betekent natuurlijk ook dat er twee connectoren en twee koppelstukken per glasvezel aansluiting nodig zijn.
Echter: de nieuwe SFF connectoren bezitten twee vezels per connector en hebben dus slechts één connector (Duplex) per aansluitpunt nodig. De indringing van stof in niet gebruikte glasvezel aansluitpunten wordt met stofkap of stofklep voorkomen.