3.3.5.2 Connector demping
De werkelijke demping per connector wordt bepaald door de vaardigheid van de monteur, het type connector en de montagetechniek.
In de praktijk kan de demping per verbinding dan ook flink variëren. Waarden van 0,1 dB (zeer goed) tot 1 dB (zeer slecht) komen voor.
De standaarden gaan uit van een gemiddelde demping van 0,5 dB, met 0,75 dB als absolute maximum waarde. Hogere waarden kunnen tot problemen met ondersteuning van Backbone afstanden leiden.
De nieuwste ISO/IEC 11801 (bijna)standaarden (editie 2, 2002) geven voor SFF-connectoren een vergelijkbare demping. Een demping lager dan 0,5 dB voor 95%, een demping van 0,75 dB voor 5 % van de connectoren. Lassen behoren alle minder dan 0,3 dB demping per las op te leveren.
De bovenstaande montagetechniek wordt in de regel toegepast bij Multimode vezels in Breakout-, distributie- en Loose tube kabels. De connectoren worden ter plaatse gemonteerd en bij Breakout kabel op eenvoudige glasvezel koppelpanelen aangesloten. Deze panelen bieden geen extra trekontlasting voor de individuele vezels.
Figuur 3-20: Breakout kabel.
De distributie- en Loose tube kabel hebben geen trekontlasting per vezel en kunnen niet op een eenvoudig koppelpaneel worden aangesloten. Ze worden op speciale glasvezel distributie panelen afgemonteerd. Het distributiepaneel voorziet in een centrale borging van de gehele kabel, genoeg ruimte voor het lussen van de afzonderlijke vezels en biedt plaats aan ST of SC koppelstukken.
Indien men bij distributie en Loose tube kabel geen distributie paneel wenst te gebruiken, kan met dummy pigtails gewerkt worden. Dummy pigtails zijn Breakout snoeren met sterkte-element maar zonder vezel. De holle Breakout snoeren worden over de Loose tube vezels geschoven en dienen als trekontlasting voor de connector. Het punt waar Loose tube overgaat naar Breakout wordt voorzien van een verdeler die op de Loose tube kabel geplaatst wordt.
Figuur 3-21: Loose tube kabel met verdeler voor 12 dummy pigtails
Speciale uitvoeringen van het distributiepaneel bieden ruimte voor mechanische lassen of fusielassen. Dat brengt ons bij de tweede montagetechniek van glasvezel connectoren: de pigtail techniek.