2.4.2 Gebouw Backbone
Een gebouw Backbone bestaat uit de verbindingen tussen patchkasten in een pand. De gebouw Backbone verbindingen worden meestal in ster met glasvezel kabels uitgevoerd. Het sterpunt is meestal ook een patchkast, in de Europese standaarden aangeduid als Building Distributor (BD). De BD kan tevens dienen als Floor Distributor voor een aantal aansluitpunten.
Gebouw Backbone bekabeling wordt ook wel verticale bekabeling genoemd omdat de Backbone kabels vaak verticaal langs de verdiepingen lopen. De lengte (max 500 meter) van de gebouw Backbone verbindingen is afhankelijk van de toegepast glasvezel.
Het uitvallen van een Backbone verbinding kan downtime voor een complete verdieping betekenen. Vaak worden extra glasvezelkabels tussen de verdelers aangelegd. Deze dienen als Back-up indien de reguliere glasvezel uitvalt. Let er op dat deze zogenaamde redundante glasvezels niet bij de reguliere in de kabelgoot liggen want dan worden beide beschadigd bij eventuele calamiteiten.
Figuur 2-7: redundante glasvezels lopen via een alternatieve route tussen de horizontale verdelers.